Visfuik

Reconstructie van een vroeg Neolitische visfuik. (OpenArch)

Onderzoeker: Mevr. E. IJsveld (in samenwerking met L.P. Louwe Kooijmans en W. van Zijverden)

vnr388.1.05Het cultuurproject OpenArch bouwt voort op het succes van EXARC. Verschillende historische en archeologische openluchtmusea in Europa, zetten zich gezamenlijk in om het verleden zo optimaal mogelijk te delen met bezoekers, middels materiële en immateriële middelen; Accurate en wetenschappelijke reconstructies, inclusief de omgeving, archeologische voorwerpen en wetenschappelijk onderbouwde verhalen over het leven uit vervlogen tijden. Het werk dat OpenArch verzet om het erfgoed ook in de toekomst zo optimaal mogelijk aan te bieden, is onder de deelnemende partners verdeeld. De resultaten van de uiteenlopende werkzaamheden worden middens staff exchanges, reports en workshops met elkaar gedeeld. Tot de werkzaamheden binnen OpenArch, kan ook het uitvoeren van een archeologisch experiment worden gerekend. Partners die een voorstel indienen, kunnen middels een financiële toezegging dan tot de daadwerkelijke uitvoer van het voorgestelde komen. Namens Archeon richtte Mevr. E. IJsveld zich op het reconstrueren van een Mesolitische vis fuik uit Bergschenhoek in Nederland, passend bij de verbeelding van Jagers en Verzamelaars, zoals deze verbeeld worden in Archeon. Tevens is een van de gevonden fuiken in het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) te Leiden te zien.

IJsveld bracht in dat het reconstrueren van een dergelijk object, niet alleen inzicht kon bieden in het productieproces zelf, maar ook in de kennis en de kunde van de Mesolitische mens. Zij stelde de volgende onderzoeksvragen centraal: Welk vondstmateriaal draagt bij aan de beeldvorming over fuiken in het Laat-Mesolithicum en het Vroeg-Neolithicum? Welke technieken en materialen werden en zoal gebruikt om tot het eindproduct te komen, en hoeveel materiaal had men nodig? En tot slot; Binnen welke tijdsduur werd een fuik vervaardigd gedurende de gestelde periode?


INieuwe afbeeldingn Bergschenhoek zijn de resten gevonden van een klein winterkamp, gedateerd rond 4200 v. Christus. De vindplaats werd geïnterpreteerd als tijdelijk kampement binnen een merengebied, dat wellicht enkele tientallen jaren gedurende de winter werd gebruikt voor de jacht en visvangst. Meest bijzonder aan deze vindplaats waren de goed geconserveerde resten van vis fuiken. Aan de hand van deze resten heeft E. IJsveld zich toegelegd op het zeer minutieus onderzoeken van zelfs de kleinste details, waaronder de twijning en de route van het basttextiel, van deze fuiken en het aan de hand van de gevonden resultaten, vervaardigen van een reconstructie, die zo goed mogelijk aansluit bij het origineel. De combinatie van archeologische kennis, kennis van het ambacht en benodigde vaardigheden bleek een duidelijke meerwaarde wat betreft onze kennis van dit type vondsten op te leveren. Uiteraard heeft niet alles op geheel prehistorische wijze plaats kunnen vinden, hoewel hier wel zoveel mogelijk naar gestreefd is. Zo heeft men bijvoorbeeld de keuze moeten maken voor het gebruiken van machinaal geschilde bast, daar deze op het moment van reconstructie op voorraad was. IJsveld heeft mogen concluderen dat er bij het vervaardigen van een fuik bijzonder veel kwam kijken en dat het maken ervan aanzienlijk wat tijd kostte, ook voor een ervaren mandenvlechter.

Bij het onderzoeken van de originele fuiken en het bekijken van de mogelijkheden voor de reconstructie, kwam zij tevens tot de ontdekking dat er tot op heden slechts zeer gering onderzoek is uitgevoerd naar de bastvezels waarmee men in de prehistorie werkte, terwijl dit toch een veelvuldig gebruikte techniek is geweest. Zij stelt zich dan ook voor dat men naar het gebruik van de verschillende vezels in de nabije toekomst nader onderzoek zou kunnen doen. Daarnaast zou het volgens IJsveld bijzonder interessant kunnen zijn om de aandacht te richten op de het reconstrueren van visvormige en rechte fuiken. Verder zou het de moeite waard zijn om in de toekomst meer met de rode kornoelje, een veel gebruikte twijgsoort, te gebruiken om de verschillen in het verloop, stijfheid en duurzaamheid van de twijgen wetenschappelijk te onderzoeken.

De resultaten en conclusies van het uitgevoerde onderzoek zijn, vooruitlopend op dit jaarverslag, vertaald in het Engels, gepubliceerd in The EXARC Journal, nr. 01/2014 (15 februari, 2014). Tevens heeft mevr. IJsveld een uitvoerige lezing over haar onderzoek gepresenteerd in het Archeologiehuis Zuid-Holland. (Zie 'Lezingen' in dit jaarverslag). Het eindproduct, de gereconstrueerde fuik, is te zien in het Archeologiehuis Zuid-Holland, voorzien van een duidelijk informatiebord. Voor 2014 staat een digitaal scherm gepland, waarop verschillende foto's van het reconstructieproces te zien zullen zijn.

Archeologiehuis Zuid-Holland
Archeonlaan 1a • 2408 ZB Alphen aan den Rijn • tel: 0172 - 44 77 44